Ski’s zijn er in alle soorten en maten. En als je de specificaties van ski’s bekijkt, of reviews leest, dan vliegen de technische termen je om de oren. In deze reeks vertel ik je wat meer over wat er nou precies met die technische termen bedoeld wordt. En nog belangrijker: wat je er aan hebt. In dit artikel geef ik een korte en bondige uitleg over de taillering en radius van ski’s.

Taillering: wat is het en wat heb je er aan?

Als je een moderne ski van boven bekijkt, zal je zien dat hij in het midden smaller is dan aan de voor- en achterkant: hij is getailleerd.

Die taillering zorgt ervoor dat de ski min of meer vanzelf stuurt als je hem op de kant zet. Hoe extremer die taillering, des te groter dat zelfsturend vermogen van de ski.

Die taillering wordt op twee manieren uitgedrukt in cijfers. Ten eerste is er de ‘sidecut’, meestal uitgedrukt in een reeks van drie getallen. De ‘Rossignol Forza 70D‘ heeft bijvoorbeeld een sidecut van 134-77-110. Dat wil zeggen:

  • 134 mm breed bij de tip
  • 77 mm breed op het smalste punt onder de binding
  • en 110 mm breed aan de achterkant.

Dit zegt dus vooral iets over de breedte van de ski. Het middelste cijfertje (‘onder de voet’) is waarnaar wordt verwezen als het gaat over de breedte van de ski.

Deze ski heeft een radius van 13,6 meter.
Deze ski heeft een radius van 13,6 meter.

Radius: wat is het en wat heb je er aan?

Het tweede getal dat ertoe doet is de ‘radius’ van de ski. Als je een denkbeeldige cirkel trekt door de zijkanten van de ski (wederom van boven gezien), dan gaat het om de radius van die denkbeeldige cirkel.

Hoe kleiner die radius, des te extremer de taillering van de ski en dus des te meer zelfsturend vermogen de ski heeft.

Een radius van 12 meter kan je klein noemen (goed voor korte gesneden bochten, zoals in een slalom). Een radius van rond 20 meter kan je lang noemen en vind je in consumentenski’s voor lange bochten (all mountain ski’s) en in veel poederski’s.

Het kan nog veel groter trouwens, die radius. Een afdalingsski in de Worldcup heeft een radius van 50 meter…

Misverstanden over radius en taillering

Je kan prima lange bochten skiën op een ski met een kleine radius en je kan prima korte bochten skiën op een ski met een lange radius.

In lange bochten zal de ski met een korte radius echter snel wat zoekerig en instabiel aanvoelen (een beetje zwabberen), zeker als je tempo wat hoger is en de ski’s plat op de sneeuw liggen (je ze dus niet echt ‘op de kanten’ skiet).

Die extreme taillering zorgt dat de ski graag wil gaan draaien, dus dat is wat je voelt. Lange bochten op zo’n ski zijn ‘geslipt’. De langste bocht die je op een ski kan carven is namelijk een bocht met de radius van de ski zelf.

Een ski met een lange radius in korte bochten skiën kan ook. Dit zijn dan ook vaak (ouderwetse) geslipte bochten en bovendien kosten die wat meer moeite en techniek. Om kortere bochten zelfs (deels) te carven moet je de ski met langere radius extreem buigen, wat behoorlijk wat techniek en impuls vraagt. Alles kan dus. Maar je gebruikt je energie het meest efficiënt als je kiest voor een ski waarvan de radius (kort, middellang of lang) dezelfde grootte heeft als de bochten die jij het liefste skiet.

De flex is meer dan alleen de stijfheid van de skischoenen.
Je kan prima lange bochten skiën op een ski met een kleine radius.

Vragen over radius en taillering?

Hierboven heb ik een korte en bondige uitleg gegeven wat radius en taillering zijn en waarom ze belangrijk zijn. Heb jij na het lezen van dit artikel nog vragen? Laat dan een reactie achter via het opmerkingenveld hieronder.

0 Commentaren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eerder verschenen
Ski’s uitgelegd: wat is taillering en radius en wat heb je er aan?
Ook interessant
Met winterbanden in de zomer rijden? Niet strafbaar – wel onveilig